ELEMENTAIRE KENNIS

Audio Service Limburg stelt zich als doel de liefhebber van vinylweergave op gepaste wijze van dienst te zijn.

SOORTEN PLATENSPELERS

7 december 2020

Soorten Platenspelers

Globaal zijn er drie soorten platenspelers:

 

Star

Het gaat hier om platenspelers met een star, niet-geveerd loopwerk of chassis met een lichtgewicht plateau. Deze zijn goedkoop en eenvoudig. Het is feitelijk een plank waarop een motor is gemonteerd die met een snaar verbonden is met een eenvoudig gelagerd plateau. Verder zit er een arm op. Pro-ject en Rega maken bijvoorbeeld zulke spelers. De meeste direct drive draaitafels zijn ook van het starre principe. Ze doen hun werk, maar hebben vaak hoorbare (ongewenste) resonanties of motorgeluiden.

 

Massaloopwerk

Dit heeft in tegenstelling tot een star loopwerk een massief, zwaar plateau. Duur om te maken en dus ook duur in aanschaf. Het idee is dat door de massa van het plateau de frequentie van de resonantie zo ver mogelijk naar beneden wordt gebracht. Die ligt dan buiten het hoorbare gebied. De massa van zo’n plateau heeft een zgn vliegwielwerking en zorgt zo natuurlijk dat een gelijkmatige snelheid gewaarborgd wordt, want als ’t eenmaal op gang is staat het natuurlijk niet zo snel stil.

 

Subchassis

Dit is een speler waarbij het bewegende gedeelte – toonarm en draaiplateau – losgekoppeld is van de basis. Dit kan door het op veren te monteren (Thorens, Dual, Ariston, Linn), of op schuimblokken (ERA deed dat vroeger bijvoorbeeld). De motor zit dan op of aan het starre gedeelte gemonteerd, zodat de motor geen vaste verbinding heeft met het plateau en er geen ongewenste trillingen van de motor het plateau kunnen bereiken

Het nadeel van dit systeem is dat de constructie gecompliceerder en dus duurder is dan een star loopwerk. Het voordeel is dat de speler minder snel overslaat bij invloeden van buitenaf. De ‘vrije’ beweging maakt dat de speler losser en muzikaler klinkt.

 

Geveerd loopwerk

Dit is een quasi subchassis, zo staat ’t ook wel bekend. Eigenlijk gelijk aan een star loopwerk, maar dan staat het hele loopwerk op veren. Dual is wel de bekendste die dit heeft toegepast. Veel Japanse draaitafels hadden dit in de late jaren ’60 en vroege jaren ’70, zoals bijvoorbeeld Pioneer, Onkyo en Sony. Tevens zijn een aantal direct drive spelers voorzien van verende poten. Deze mogen ook als “geveerd loopwerk” beschouwd worden.
Het doel is trillingen van buitenaf opvangen, ook deze speler klinkt vaak wat minder ‘ingeblikt’ dan een star loopwerk, al is het effect veel groter bij een echt subchassis.

 

 

Manier van Aandrijving

Naast de type platenspelers zijn er ook verschillende manieren voor het aandrijven van het plateau.

 

Snaar

Meestal een rubberen snaar die de motor met het plateau verbindt, soms wordt er ook een nylon draad gebruikt. Er is geen direct contact tussen plateau en motor, dus er zijn minder motortrillingen hoorbaar dan bij alle andere aandrijfmethodes. Ook vangt de snaar kleine snelheidsvariaties van de motor op, wat tot een gladdere gelijkloop leidt. Wel kan de snaar zelf, als die niet goed is, zorgen voor enige jank. Een snaar moet natuurlijk af en toe vervangen en bij een zwaarder plateau is het soms nodig het plateau even op gang te helpen omdat anders de motor zo hard staat te slippen dat je de snaar in no-time sloopt. Snaaraangedreven spelers klinken vol emotie en overtuigend.

 

Tussenwiel

Ook wel ‘idler-drive’ genoemd. De motor draait hierbij een rubberen wiel aan dat vervolgens het plateau aandrijft. Er is geen directe verbinding tussen motor en plateau en de gelijkloop is (in theorie) wat strakker dan bij een snaar, maar zo’n als zo’n relatief hard rubberen wiel tegen een metalen plateau aan draait, hoor je natuurlijk elke imperfectie van de motor. Het rubber wiel dempt maar beperkt. De imperfectie uit zich in de vorm van rumble. Zoals ruis soms een illusie van ruimtelijkheid kan geven, geeft rumble een illusie van wolligheid en warmte. Vandaar dat tussenwiel-aangedreven platenspelers veel aftrek vinden bij mensen die van een meer nostalgisch geluid houden.
Een tussenwiel-speler heeft een groot voordeel t.o.v. een snaaraangedreven speler. De weergave kenmerkt zich door meer “drive”. Attacks zijn strakker en geven meer punch.

 

Direct drive

De motor zit direct aan de spindel van het plateau. Het plateau is zelfs deel van de motor (de magneet zit dan bijvoorbeeld aan het plateau). Het is een vrij complexe constructie, omdat het meestal een gelijkstroommotor is die van nature steeds sneller wil gaan draaien. Om dat te voorkomen is en een complexe stuurelektronica nodig om het geheel goed te laten werken. De spelers starten en reageren snel op commando’s en de gelijkloop is vaak erg goed. Soms te goed. Omdat een motor van nature sneller wil draaien wordt er vaak ‘overgecorrigeerd’, wat tot een bepaalde klank leidt. De natuurlijke openheid en zweving van stemmen en instrumenten lijkt af te nemen, zeker als er met een strakke ‘quartz lock’ sturing wordt gewerkt zoals in veel dure DJ-draaitafels nog steeds wordt gedaan.

 

Direct drive werd vooral door Japanse fabrikanten in de jaren 80 gebruikt. Reparaties aan dergelijke spelers kunnen wel eens duur uitvallen. De weergave via een direct drive is te omschrijven als “precies en strak”, maar met weinig emotie.

HEEFT U VRAGEN?

Neem contact met ons op