ELEMENTAIRE KENNIS

Audio Service Limburg stelt zich als doel de liefhebber van vinylweergave op gepaste wijze van dienst te zijn.

TYPE TOONARMEN

8 december 2020

Type toonarmen

 

Recht

Een rechte arm is compact en licht, oogt ook moderner wat voor sommige mensen een reden om er een aan te schaffen is. Een rechte arm is vaak aan de korte kant t.o.v. een S-arm waardoor de arc (de boog die de arm over de plaat maakt) boller wordt. Dit betekent dat er meer punten zijn waarop de naald niet parellel met de groef staat waardoor het gebied waarin de naald niet lekker spoort groter wordt en er meer vervorming optreedt.

 

S-arm

Een S-arm (of J-arm) is langer dan een rechte arm waardoor de effectieve massa ook toeneemt. De “pivot to spidle”-afstand is echter nagenoeg gelijk. Door de verhoging in effectieve massa kan deze arm meestal beter overweg met zwaardere en laag compliantere elementen. De arc is soms wat vlakker waardoor er minder vervorming optreed.

 

Tangentiaal

Ook wel “lineair tracking arm” genaamd. Er is geen arc, de arm volgt precies de groef zoals die gesneden is, in principe zou er dus geen vervorming moeten zijn, maar de arm moet uitermate soepel lopen en goed ‘bijgestuurd’ worden om de groef perfect te volgen, anders loopt hij achter de feiten aan en heb je eigenlijk overal vervorming. Ook is een tangentiale arm vaak kort en heeft hij daardoor een andere/gekke resonantie. Het gevolg is vaak dat tangentiale spelers wat dood en kil klinken. Uitzonderingen zijn er, maar die zijn peperduur.

 

Type armbuis

 

Rechte armbuis

Een buis die van voor tot achter even dik is. Eenvoudig, klinkt dynamischer dan een conische buis. Als je set van zichzelf erg kalm en laid back klinkt, wil je een rechte buis om dat een beetje op te vangen. Jelco en Graham zijn voorbeelden van rechte buizen, ook zie je vooral rechte buizen op alle betaalbare spelers.

 

Conische buis

Het idee van een conische buis is dat hij armresonanties tegen gaat, doordat de arm naar achter toe breder wordt sterven de resonanties uit. Het nadeel hiervan is dat de arm vaak wat saai gaat klinken, hij maakt minder ‘muziek’. SME, Rega, Wilson Bennesh, Continuum maken veel van deze armen.

 

Lengte van de arm

Over het algemeen worden meestal armen uit de 9 inch reeks gebruikt. Dergelijke lengtes zijn echter niet bij alle merken gelijk. Er zijn korte 9” armen en ook lange. Naarste gebruikelijke 9” armen zijn er ook 10” en 12” armen te koop. Ja, zelfs 15” en 16” kom je sporadisch tegen.

 

Korte arm

Een korte arm heeft, zoals hierboven al gezegd, een rondere ‘boog’ over de plaat, ook wel de ‘arc’ genoemd. Buiten de twee punten waarop elke arm bij correcte afstelling ervoor zorgt dat de naald parallel aan de groef staat, is er meer vervorming. Dit soort armpjes wordt vaak gebruikt voor eenvoudige, goedkope spelers. Je ziet ze zelden of nooit op exoten.

 

Lange arm

Veel zwaarder, met een vlakkere arc/boog waardoor er minder vervorming is. Vaak matcht dit soort armen goed met dure, exotische elementen, omdat deze elementen ook zwaarder zijn en een lage compliantie hebben.

 

 

Effectieve massa van de arm

 

Lichte arm

Een lichte arm vereist een element met een hoge compliantie, wat feitelijk niet meer betekent dan dat de ophanging van de naald soepel is, zodat de arm en naald een goeie resonantie hebben. Logischerwijs heeft een lichte arm ook het liefst een element met weinig massa.

 

Zware arm

Precies het tegenovergestelde van de lichte arm, je wil een element met lage compliantie, dus een stugge ophanging, en een zwaarder element zodat alles correct met elkaar resoneert.

 

 

Armlagering

 

Unipivot arm

Een arm die op één punt rust en een beetje waggelt, hij zit nooit ‘vast’ in z’n lager. Is wat instabiel en kantelig, zeer eenvoudige constructie. De eenvoudige constructie maakt de arm goedkoop, echter de meeste eenpunters zijn prijzig, omdat het niet eenvoudig is een stabiele constructie te maken. Bovendien zijn er vaak “uitbouwsels” aan om instellingen beter aan te kunnen passen.
Het punt waar de arm op rust is het feitelijke lagerpunt. Dit kan een pin of een kogel zijn waard e armbuis op rust, maar er zijn ook armen die via een kogel aan een magneet hangen, of waarbij de armbuis aan een touwtje hangt.

 

Gimbal-arm

Een arm met een lagering die op 2- of 4 punten kan draaien. Zeer stabiel en solide, maar complex en maakt de kans op defecten groter (immers, hoe meer eraan zit, hoe meer kapot kan gaan).
Er zijn merken die i.p.v. de twee horizontale lagers een mes-lager gebruiken (SME, Lenco). Dan rust de arm op het “lemmet van het mes”, dus en zeer scherp en hard stukje metaal.

 

Armresonantie

De ideale resonantie ligt midden tussen de 6hz en 16hz. Dan kom je dus uit op ongeveer 8-12hz. De reden hiervoor is dat de laagste toon van een instrument, een kerkorgel, 16hz is. De voetstap van een mens trilt met 6hz. Als arm en element gaan resoneren dicht bij 6 of 16hz, zou de naald uit de groef springen elke keer dat je orgelmuziek draait, of elke keer dat je langs loopt.
De armresonantie is te bepalen met behulp van een test- en meetplaat.

HEEFT U VRAGEN?

Neem contact met ons op